1. Probleem


Een jonge man krijgt er steeds meer last van dat hij geremd is in gezelschappen. Wanneer mensen naar hem kijken en luisteren, komt hij niet uit zijn woorden, heeft het gevoel dat iedereen hem dom vindt, en loopt soms in paniek weg. Hij durft langzamerhand naar geen enkele bijeenkomst meer te gaan. Het wordt zo erg dat hij therapie zoekt.


De therapeut vraagt hem om te beschrijven wat hij denkt en voelt. De gedachte komt in hem op: "Ik moet mijn mond houden", en hij voelt angst. Wat voelt hij dan precies en waar voelt hij dat in zijn lichaam? Hij voelt hartkloppingen, trillende handen en een duizelig hoofd. Daarbij voelt hij schaamte: zijn gezicht wordt warm, hij bloost en hij drukt zijn ellebogen tegen zijn lijf.



2. Herbeleving


De therapeut vraagt hem zich op deze gevoelens te concentreren en instrueert hem terug te gaan naar de eerste keer dat hij deze gewaarwordingen had. Hij ervaart zichzelf nu als kind op de kleuterschool. De juffrouw vraagt hem indringend of hij die pop kapot heeft gemaakt. Al de andere kinderen zijn stil. Iedereen kijkt naar hem. Hij kan niet antwoorden. De juffrouw trekt aan zijn arm en dwingt hem om haar aan te kijken. Hij voelt paniek en tot overmaat van ramp plast hij in zijn broek. Een kind merkt dat en er gaat een gejoel op.


De therapeut laat hem deze ervaring zo compleet mogelijk herbeleven. Nagegaan wordt wat er daarvoor gebeurd was, zodat hij de situatie en de onmiddellijke voorgeschiedenis begrijpt. Dan krijgt de cliënt de instructie om na te gaan waarom de juffrouw zo deed en om de gezichten van de kinderen te bestuderen. Hij krijgt de indruk dat de juffrouw problemen met haar vriend heeft en het gevoel heeft de greep op haar leven te verliezen. Door extra streng op te treden, onderdrukt ze haar angst.


De cliënt ontdekt nu ook dat een paar kinderen medelijden met hem hebben. Nu voelt hij zijn angst en schaamte wegtrekken. Hij krijgt medelijden met zichzelf als klein jongetje. Hij hoeft zich niet langer bang en beschaamd te voelen. De volgende sessie blijkt hij zich minder geremd gevoeld te hebben tijdens twee bijeenkomsten die hij inmiddels bijwoonde.


Dit is regressie: cliënten herinneren zich levendig een traumatische situatie uit het verleden en beleven wat daarvan nog steeds onverwerkt is en onderbewust in hun leven doorspeelt.



3. Dieper liggende ervaringen


De therapie breidt zich uit wanneer instructies om terug te gaan naar de eerste ervaring belevingen voor de geboorte oproepen, in de baarmoeder. Nog verder breidt de therapie zich uit wanneer zij ervaringen accepteert die niet in het huidige leven thuishoren en zich in kennelijke vorige levens afspelen.


Deze cliënt merkt bv. dat zijn probleem minder is geworden, maar niet verdwenen. In een volgende sessie volgt dan een instructie om op dezelfde gevoelens nog verder terug te gaan. Hij ervaart zich dan als een man die door soldaten ondervraagd wordt. Hij is door angst zo verlamd, dat hij niet kan antwoorden. Voor zijn ogen worden zijn vrouw en kinderen doodgeschoten en dan wordt hij ook gedood en sterft in angst en schaamte.


De gevoelens en gedachten direct na het sterven beleeft hij duidelijk. Na mentale, emotionele en lichamelijke verwerking in de sessie blijkt het probleem in het huidige leven opgelost. Hij merkt dat hij zich vrij kan bewegen in gezelschappen.


Dit is reïncarnatietherapie: regressietherapie die zulke ogenschijnlijk vreemde ervaringen accepteert en daarmee opmerkelijke resultaten boekt. Het ongewone van deze therapie zit meer in de aard van de ervaringen die omhoogkomen dan in hoe met die ervaringen gewerkt wordt.